Van horeca naar Huntington: ‘Dit is mijn plek’
Van horeca naar Huntington: ‘Dit is mijn plek’
Linda de Jong (38) bracht haar hele werkzame leven door in de horeca, tot ze een paar jaar geleden de overstap maakte naar de zorg. Met succes, want inmiddels is ze leerling-verzorgende en heeft de Huntingtondoelgroep haar hart gestolen. ‘Ik werd van tevoren gewaarschuwd.’
Eigenlijk was Linda zo’n beetje de enige van het gezin die níet haar carrière in de zorg begon. Haar moeder en zus werken al op de Landrijt van Archipel, één zus werkt in de gehandicaptenzorg en één zus is verpleegkundige in het ziekenhuis. Linda: ‘Het is niet zo dat de zorg me niet trok, maar op mijn veertiende kwam een bijbaantje in een cafetaria op mijn pad en zo rolde ik de horeca in.’
Bezinning
Uiteindelijk werkt Linda doordeweeks in het cafetaria en in de weekenden crost ze door heel het land met een frietkar. Daarna is ze 12 jaar leidinggevende in een lunchroom, als de coronacrisis een streep zet door alle horecawerkzaamheden. Linda zit acht maanden thuis en dat is een moment van bezinning: misschien is het tijd voor een baan die fysiek minder zwaar is en waar ze minder lange dagen maakt?
Waarschuwing
‘Mijn zus attendeerde me op de zorg, ze vond dat echt bij me passen. Ze stelde voor dat ik op gesprek zou komen in de Landrijt. Dat heb ik gedaan en er was een opleidingsplek op de Huntingtonafdeling.’ Wel wordt ze gewaarschuwd tijdens het sollicitatiegesprek: Huntington is een pittige ziekte. Als ze haar familie vertelt met welke doelgroep ze gaat werken, reageren ze geschrokken. ‘”Oei, Huntington is wel heel heftig”, zeiden mijn moeder en zussen. Dat intrigeerde me. Kom maar op, dacht ik. Ik hou wel van een uitdaging’, zegt Linda.
Agressie
Op haar eerste werkdag is ze direct verkocht. ‘Ik werk met een fijn team en onze bewoners zijn stuk voor stuk leuke, gezellige mensen, die ondanks deze vreselijke ziekte positief in het leven staan. Agressie maak ik nauwelijks mee. Dat we bijna constant aanwezig zijn op de groep, draagt hieraan bij, denk ik. Van koken tot rapporteren, we doen alles in de huiskamer, een zusterspost hebben we niet. En als we zien dat iemand het moeilijk heeft, halen we meteen een psycholoog erbij.’
Meejanken
Pas als ze voor de eerste keer geconfronteerd wordt met een bewoner die heftige chorea heeft, begrijpt ze waarom ze vooraf was gewaarschuwd. ‘Deze meneer was zo hevig aan het bewegen, dat hij bijna over de bedrand op de grond viel. Daar schrok ik heel erg van. En een jonge bewoner is vreselijk verdrietig dat hij hier woont, je hoort hem soms heel hard huilen als je door de gang loopt. Op zo’n moment kan ik meejanken, zo erg raakt het me.’
Boeiend
Linda startte in december 2024 aan de opleiding tot Helpende plus en was in maart 2025 al klaar om geëxamineerd te worden. ‘Toen ben ik direct doorgestroomd naar de opleiding tot verzorgende IG.’ Ze had amper kennis over deze doelgroep, maar de ziekte van Huntington boeide haar direct. ‘Ik vind het heel ingrijpend dat deze ziekte hele families verwoest,’ zegt ze, ‘verder vind ik de complexiteit van de ziekte interessant en dat elke bewoner een eigen benadering nodig heeft.’
Lijst
Maar het leukste vindt ze misschien wel de zoektocht naar de juiste interventie, als een bewoner niet lekker in zijn vel zit. ‘Zo kon een bewoner opeens heel erg huilen, omdat ze zorgen had over twintig dingen tegelijk. We probeerden van alles, maar niets hielp. Tot ik een whiteboard meenam naar haar kamer en alles ging opschrijven waar ze zich zorgen over maakte: ze moest iemand nog een verjaardagskaart sturen, de scheermesjes waren op, ze wilde voortaan gemalen vlees want ze was bang dat ze zich verslikte… Vervolgens zijn we dat lijstje gaan afwerken. Alles wat we regelden, wiste ik van het bord. Je zag haar helemaal tot rust komen, omdat het ook uit haar hoofd gewist werd. Nu gaat het zo goed met haar, dat ze minder vaak medicatie nodig heeft.’
‘Eigenlijk heeft de zorg best veel overlap met de horeca’, glimlacht ze, ‘je moet kunnen aanpakken, maar ook mensen kunnen lezen en onthouden wat ze fijn vinden. En je loopt heel wat af. Maar ik wil niet meer terug naar de horeca. Dit is mijn plek.’